De Strijd

Gepresenteerd door Erik Dijkstra en Gerdi Verbeet

Vanaf 9 juni elke werkdag om 16.10 uur NPO 1

Van engeltjesmaakster tot Wij Vrouwen Eisen

Familieverhalen uit een negentigjarige emancipatiegeschiedenis

Mieke Verhagen, Stompetoren

Mijn opa Weij is geboren in 1896, oudste van 6 zonen. Het was mijn opa die in IJmuiden woont. Zijn moeder was "engeltjesmaakster" en heeft  daarvoor twee keer in de vrouwengevangenis gezeten in Rotterdam alwaar ze vriendin werd met de directrice. Ze was aanhangster van de Nieuw Malthusiaanse bond. Armoede moest bestreden worden met minder kinderen waardoor vrouwen sterker konden worden en zodat die paar kinderen onderwijs konden krijgen. Mijn opa vertelde mij van de hypocrisie. Haar werk moest stiekem maar ook de vrouwen van de politieman en de burgemeester enz. werden geholpen. Mijn overgrootmoeder plaatste na de abortus een zgn. vrouwenring. Sommige vrouwen haalden die er nooit uit en kwamen vervolgens weer met buikpijn, brrrr wat een onnozelheid. Die overgrootmoeder heb ik als heel klein meisje nog meegemaakt. Altijd in het zwart gekleed.

Mijn opa trouwde een Oost-Gronings meisje dat op 12 jarige leeftijd naar een rijke familie in Velsen werd gestuurd als meisje voor dag en nacht. Mijn opa en oma hebben twee dochters gekregen dankzij gezinsplanning. Mijn moeder zat op de klompenschool maar ging daarna wel naar de MULO. Zij werd uiteindelijk notarisklerk na de oorlog. Die opa en oma zijn in IJmuiden heel actief geweest. Ze hadden b.v. voor de oorlog op hun raam een poster hangen "Laat u zich afscheiden van de Roomse Kerk". Op Koninginnedag moesten mijn moeder en tante binnenblijven. De Dag van de Arbeid, dat was hun feestdag! Als je de sociale geschiedenis in en rond IJmuiden een beetje kent (o.a. de Velser Affaire enz.) dan is mijn familie daarbij betrokken geweest. De oorlog heeft een flinke spoor getrokken in die familie. Opa’s broer was het eerste CPN-raadslid in Velsen. Ondergedoken geweest, te vroeg terug gekomen, opgepakt, gefusilleerd in Overveen. Na de oorlog was daar Indonesië, Nederland en de PvdA. Het was voor mijn opa reden om zijn lidmaatschap op te zeggen en solidair te zijn met de dienstweigeraars.

Opa was timmerman (is in crisistijd ijswinkel begonnen), penningmeester van de bond en haalde thuis iedere week de contributie op. Daar hoorde hij veel en kende dus ook heel veel mensen. Bij de bouw van arbeidserswoninkjes vond hij het een schandaal dat er geen douche in zat. Rijk volk werkt zich niet in het zweet en heeft wel een douche. Wij horen die te hebben, vond hij. Dank zij hem (slimme plek bedacht) waren dit de eerste arbeiderswoninkjes met een douche in IJmuiden. Mijn oma breidde veel sokken, truien, jurkjes voor arme kinderen.  Ook even leuk om te vertellen is dat hij  bij de verkoop van de ijswinkel, begin jaren 50,  mijn oma de helft van het geld gaf. Vrouwen waren toen officieel nog handelingsonbekwaam. Zonder dat opa het wist kocht zij hiervan een bromfiets en een lange leren jas. Zij scheurde overal naar toe op die brommer, speciaal ieder jaar naar de Nijmeegse 4-daagse. Dat was hun vakantie geworden. Mijn moeder woonde inmiddels in Wijk aan Zee, nou daar zag ik oma al aankomen op haar brommer hoor. Mijn moeder correspondeerde op jonge leeftijd al met meisjes in het buitenland, las veel boeken, zong en speelde mandoline en gitaar. Die 50-er jaren zijn, achteraf gezien, te benauwd geweest voor haar en haar huwelijk. Ze trouwde in een behoorlijk katholieke familie maar hield stand, ze werd niet katholiek ondanks de grote druk vanuit kerk en familie. Haar zelfstandigheid leidde ook tot opstandigheid en met haar verzet herkende ze zich al snel in de 2e feministische golf, de vrouweneisen. Het afschaffen van de handelingsonbekwaamheid, "de grote leugen", het recht op bijstand dat waren voor haar heel belangrijke wetswijzigingen.

Ik ben heel actief geweest in Wij Vrouwen Eisen. Mijn overgrootmoeder zou trots op me zijn geweest. Of misschien wel treurig, omdat dat nog steeds nodig was. In de regio IJmond kwam een peuterschool,  een vrouwencafé, een Blijf-van-mijn-Lijfhuis. Toen vond ik dat het betaalde werk aan de beurt was en ik trof een vakbond vol met mannen. Ik ben toen actief in de vakbond geworden en eiste gelijke behandeling, gelijk loon in het werk en kaartte seksuele intimidatie aan. Ik was nog geen dertig en zag wat er niet goed ging in de pensioenwereld. Er is veel veranderd in de positie van vrouwen in de betaald arbeid. De laatste 25 jaar van mijn werkzame leven was ik uiteindelijk vakbondsbestuurster en nu heb ik een eigen pensioen en is mijn economische zelfstandigheid gebleven, ook op mijn oude dag.

Dit is in het heel kort 90 jaar emancipatie in een familie waar veel gebeurd is.