De Strijd

Gepresenteerd door Erik Dijkstra en Gerdi Verbeet

Vanaf 9 juni elke werkdag om 16.10 uur NPO 1

Voor een dubbeltje geboren.

Herinneringen aan een sobere jeugd

wasmachinewringer vp

Meta van Graas, Oegstgeest

Ik kom uit een echt arbeidersmilieu; mijn vader was lasser en werkte veel en 6 dagen. Zo van de lagere school. Werken, uit een heel groot gezin komend.

Ik weet nog dat wij een wasmachine kregen (rond het begin van de 60'er jaren), alleen een draaimangel en samen met mijn vader deed ik dat op zaterdagmiddag na zijn werk. Ook haalde ik met mijn vader zegeltjes op voor 'de bond' op maandagavond. Hoe vaak weet ik niet meer, er was een boekje en dan kocht je een zegel voor een duppie. Maar mijn vaders boekje was niet vol. Lege plekken, want met 15 gulden per week met een huur van een tientje per maand en de zorg van toen nog maar 4 personen, kon Bruin niet altijd een zegel trekken. Hij vertelde dat mijn moeder en hij om de Meiboom dansten en de Internationale zongen. Dat deed hij ook als wij op zaterdagavond in de teil gingen, eerst (inmiddels weer een kind en 1,5 jaar later weer een) met zijn allen in een 2 keer met schoon water gevulde teil voor de kachel. Mijn vader het laatst. Zwart water, want door de week waste hij zich alleen bij de kouwe kraan. Op de brommert (brommert ja) naar de goedkope winkels, op vrijdagavond koopavond naar 'de Gruyter'. Dan kreeg je 'het snoepje van de week', de enige keer dat we snoep kregen.

Inmiddels had de 'tentopblazer' (voorbehoedsmiddel) niet erg geholpen, nummer 5 kwam. Huilend zei mijn moeder dat ze weer een kindje in haar buik had, vreselijk vond ze het!  20 euro en een lullig kerstpakket daar ging geen mond van gevuld worden. Toch heeft ze het nog geprobeerd: eind jaren 50 kwam er een zeeman langs, inmiddels gepromoveerd tot marskramer. Witte pet op vroeg hij naar mijn moeder. Veters, schoensmeer, garen, katoen, en andere zooi had hij voor zijn buik in een grote bak. Ik moest weg van hem. Lang duurde het gesprek fluisterend aan de deur. Later begreep ik waarom: hij had 'kapotjes'. Voorloper van condooms. Ik had het weer door, hoe jong en groen ik ook was. Nummer 6 kwam 2 jaar later. Huilen maar weer. Het condoom had niet geholpen.  Ik herinner mij een houten kistje met: gasflessen, water, kolen, huishoudgeld, huur. Daar gingen op zaterdag de weinige guldens in en elke maand was er een groot tekort en werd er 'opgeschreven' bij de olieboer en melkboer. Die melk per liter aanleverde in een melkkan die op de gasfles kon.

Mijn vader was al jong dood- en doodop. Een geëmancipeerde man die ook mijn zwakke moeder hielp bij haar zware taak in een veel te klein huis. De petroleumgeur als ik met een door mijn vader zelfgemaakte soort gieter de kachel vulde zal ik nooit vergeten! Heerlijk vond ik het. De huur die elke maand aan de deur werd opgehaald door 'Piet Rietdijk'. Een winkelier uit een dorp verderop. Hij had een winkel had maar haalde ook geld op voor de gemeente, zoals hij ook met fietsen in zwart pak de doden omriep: luid en met een bel. Dat wij tv kregen was een mazzeltje van mijn grootouders. In het boerendorp waar ik vandaan kwam (Rijnsaterwoude) was iedereen arm, en toen kregen wij een tv!! Dat was heel raar, arm zijn en tv. Je kwam van de hel in de hemel en op woensdagmiddag met het 'kinderuurtje' zat de kamer vol.

Kleren kregen we alleen met de kinderbijslag en je droeg de kleren met en van elkaar. Luxe was er niet. Elke maandagmiddag moest ik naar de in het dorp wonende grootouders van vaderskant. Nog niet oud in leeftijd maar moe gewerkt vanaf hun 11e jaar, net als mijn vader, en altijd in het zwart gekleed lijken ze nu voor mij nog 100. 12 kinderen met een zoldertje en een bedstede. Maandagmiddag moest ik als klein meisje de was uitspoelen aan de slootkant. Daar was een soort steigertje waar je op zondag in je mooie kleren mocht zitten en maandag een ieder zijn was spoelde. Lange witte onderbroeken, twee, meer niet. En hemden van opa en oma. Versleten. Armoe en nog eens armoe. Langzamerhand kregen wij het iets beter. Mijn vader ging een jaar naar Brits Borneo voor de NEM. Daar hebben het even iets beter door gehad, rijk nooit, maar ze zijn ook niet oud geworden. Ik zie de moestuin voor me die mijn vader huurde van een boer! Dat was heerlijk. Maar mijn moeder zong altijd: als je voor een dubbeltje geboren bent...