De Strijd

Gepresenteerd door Erik Dijkstra en Gerdi Verbeet

Vanaf 9 juni elke werkdag om 16.10 uur NPO 1

Minder kinderen, minder armoede

Geboortebeperking, de beste manier om vooruit te komen

NVSH

Collectie IISG

Petra Scherpenhuizen, Rotterdam

Zelf ben ik 53 jaar, de jongste van 2, mijn broer is 61 jaar. Mijn Rotterdamse ouders zijn getrouwd in 1947, net na de oorlog. En moesten gezien het feit dat Rotterdam plat gebombardeerd was, inwonen bij mijn oma (moeder van mijn moeder). De woningnood, in combinatie met de armoede die mijn vader had gekend in zijn jeugd o.a. door de invaliditeit van zijn vader en het kindertal, vormden de motivatie om een actieve rol te spelen op het gebied van geboortebeperking. Actief in de zin dat mijn ouders niet alleen zelf ‘middelen’ gebruikten maar deze ook verkochten, als lid van de NVSH, de opvolger van de Neo Malthusiaanse bond.

Mijn ouders wilden na de oorlog eerst van het huwelijk genieten voordat er kinderen kwamen. Het duurde tot 1953 voordat mijn broer geboren werd. 6 jaar was relatief lang voor die tijd. Mijn opa beklaagde zich erover dat er maar geen stamhouder kwam, want mijn ouders voorzagen de hele familie van ‘middelen’! Mijn vader heeft tot op hoge leeftijd smakelijke verhalen verteld over zijn actieve lidmaatschap bij de NVSH. Hoe hij op bijeenkomsten gevraagd werd in het publiek te gaan zitten en zogenaamd als bezoeker allerlei meer of minder voor die tijd gênante vragen stelde. Om ervoor te zorgen dat de echte bezoekers zich vrij voelden om seksuele kwesties aan de orde te stellen. Hij was een fervent voorstander van geboortebeperking en stak zijn mening niet onder stoelen of banken. Vooral ook omdat hij als kind regelmatig had meegemaakt dat zijn moeder een paar dagen ‘ziek’ waarbij hij vermoedde dat ze weer eens een abortus had ondergaan. Zijn ouders hadden als enige middel de periodieke onthouding. Daar mijn oma nogal luchthartig was en veel van mijn opa hield was het haar onduidelijk wanneer ze haar periode had en werd er op los gevreeën. Resultaat: een opeenvolging van zwangerschappen en een te groot gezin voor mijn opa om te onderhouden.

Mijn vader kwam uit een typisch arbeidersgezin, zijn vader was huisschilder en viel op 33-jarige leeftijd van een balkon in de nieuwbouw. Gevolg: een gebroken heup. Mijn vader, toen 13, werd van de ambachtsschool gehaald en moest aan het werk om voor het gezin te zorgen. Hij heeft vanaf zijn 13e jaar t/m zijn 64e jaar altijd hard gewerkt. De laatste 25 jaar in de onderhoudsdienst bij een woningbouwvereniging. Mijn broer en ik zijn opgevoed met een prachtig (soms streng) arbeidsethos. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’, ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent…etc.’ Ons gezin heeft zich – vooral dankzij mijn moeder – wel enigszins weten te ontworstelen uit de arbeidersachtergrond. Zo nam mijn vader door haar stimulans uiteindelijk op 50-jarige leeftijd autorijlessen om vervolgens tot zijn 91e jaar nog te genieten van de vrijheid om te kunnen gaan en staan waar hij wilde omdat hij een auto had. Iets dat hij zich niet voor had kunnen stellen op jonge leeftijd. Een auto was niet voor ‘ons soort mensen’. Mijn moeder had minder last van deze denkbeelden. Zij kwam uit een iets beter milieu. Haar vader was trambestuurder bij de RTM. Een goede betrekking met kennelijk redelijk goed inkomen. Zij was de jongste van een gezin van 4, met 3 oudere broers, die allemaal verdienden en bijdroegen aan het gezin. Of mijn grootouders van moeders kant aan geboortebeperking deden is niet bekend.

Mijn vader heeft vele verhalen en gedichten nagelaten over zijn jeugd, zijn werkleven, hoe het gezin knokte om rond te komen. Van ‘erwten lezen’ tot komkommers in het zuur venten op de strandjes bij de pas gegraven Waalhaven in Rotterdam, het gezin was zeer inventief en creatief om de touwtjes aan elkaar te knopen. Stuk voor stuk leuke verhalen, hij zag het leven als één groot avontuur. Zelfs in de oorlogsjaren. Duurzaam leven was (voordat het woord ooit bestond) al heel normaal. Bij ons thuis werd geen eten weggegooid, behalve als het echt bedorven was. Kliekjesdag was mijn favoriete dag zelfs. ‘Zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen’. Niks mis mee. Alhoewel ik zelf nu heel blij ben dat ik het financieel gezien stukken beter heb dan mijn ouders ooit hadden. Ik heb grote bewondering voor hen dat zij met de beperkte middelen erin geslaagd zijn mijn broer en mij een fijne jeugd te geven. Een traditioneel gezin, mijn vader verdiende de kost en mijn moeder zorgde voor het gezin. Ik kijk er met veel plezier en dankbaarheid op terug.